bebouwing
vrouwelijk (de)/bəˈbɑuwɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het construeren van een gebouw op een stuk landHet land werd drooggelegd en geschikt gemaakt voor bebouwing.
- de gebouwen op een stuk grondOp rijksniveau wordt in de Nota Ruimte 2006 een paragraaf gewijd aan 'Optimale benutting van de bestaande bebouwing en ruimte voor nieuwbouw'.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bebouwen .
Vertalingen
Engelsbuilding, construction
DuitsBebauung, Bebauung
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek