bedrog

onzijdig (het)/bə'drɔx/

Wat is de betekenis van bedrog?

bedrog betekent: het met kwade opzet misleiden van iemand

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het met kwade opzet misleiden van iemand

Voorbeelden van "bedrog" in een zin

  • Deze veelgeroemde wetenschappelijke publicatie berust op bedrog.
  • Het idee om na het tellen terug te keren naar zijn schrijfmachine was weliswaar rationeel, maar ook immoreel. Geen groot bedrog, maar toch bedrog.
  • En haar besluit om Olive te helpen met haar bedrog - de schilderijen naar Malaga brengen, ervoor zorgen dat Sarah bleef denken dat ze van Isaacs hand waren, de zolder schoonhouden - had geleid tot deze niet zo nobele waarheid: dat ze geschilderd wilde worden.

Betekenis en uitleg van bedrog

Bedrog verwijst naar het opzettelijk misleiden of bedotten van iemand, vaak met als doel om voordeel te behalen. Het kan variëren van kleine leugens tot grootschalige fraude, en het heeft vaak negatieve gevolgen voor de betrokkenen.

Je gebruikt het woord 'bedrog' in situaties waarin iemand op een oneerlijke manier informatie manipuleert om anderen te schaden of om zelf te profiteren. Het kan voorkomen in persoonlijke relaties, maar ook in zakelijke contexten zoals oplichting of valsheid in geschrifte. De nuance van bedrog gaat vaak hand in hand met gevoelens van vertrouwen en verraad.

Voorbeelden

  • Hij viel voor haar bedrog en ontdekte pas later dat ze hem al die tijd had voorgelogen.
  • De oplichter werd gepakt na jarenlang bedrog in zijn financiële transacties.
  • Door het bedrog van de verkoper kreeg ik een product dat totaal niet voldeed aan de beschrijving.

Woordoorsprong

Het woord 'bedrog' is afgeleid van het werkwoord 'bedriegen', wat zoveel betekent als iemand opzettelijk misleiden.

Veelgestelde vragen over bedrog

Wat is de betekenis van bedrog?

bedrog betekent: het met kwade opzet misleiden van iemand

Welk woordgeslacht heeft bedrog?

bedrog is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van bedrog?

Synoniemen van bedrog zijn: bedriegerij, begoocheling, fopperij, misleiding, verlakkerij.

Hoe gebruik je bedrog in een zin?

Voorbeeld: “Deze veelgeroemde wetenschappelijke publicatie berust op bedrog.

Etymologie

* van bedriegen.

Vertalingen

Engelsfraud, swindle
DuitsBetrug, Täuschung
Spaansembuste, fullería, engaño