bedrog
onzijdig (het)/bə'drɔx/
Wat is de betekenis van bedrog?
bedrog betekent: het met kwade opzet misleiden van iemand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het met kwade opzet misleiden van iemand
Voorbeelden van "bedrog" in een zin
- Deze veelgeroemde wetenschappelijke publicatie berust op bedrog.
- Het idee om na het tellen terug te keren naar zijn schrijfmachine was weliswaar rationeel, maar ook immoreel. Geen groot bedrog, maar toch bedrog.
- En haar besluit om Olive te helpen met haar bedrog - de schilderijen naar Malaga brengen, ervoor zorgen dat Sarah bleef denken dat ze van Isaacs hand waren, de zolder schoonhouden - had geleid tot deze niet zo nobele waarheid: dat ze geschilderd wilde worden.
Etymologie
* van bedriegen.
Vertalingen
Engelsfraud, swindle
DuitsBetrug, Täuschung
Spaansembuste, fullería, engaño
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek