beekbezinking
vrouwelijk (de)/ˈbeɡbəˌzɪŋkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geologie) zandige kleilagen die in de loop der tijd door kleine riviertjes zijn afgezetDeze vruchtbare gronden langs beken werden vanwege de hoge grondwaterstand vaak als weiland gebruikt.Op enkele plaatsen, bij Bellingewolde, langs de Ruiten A, bij Boertange, wordt dit hoogveen afgebroken door zandgronden of beekbezinking.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek