Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
beekprik
mannelijk (de)/'bekprɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kaaklozen) zeldzaam visje dat inheems voorkomt in de Benelux,
Vertalingen
EngelsBrook Lamprey
Franslamproie de Planer, lamproie de rivière, petite lamproie
DuitsBachneunauge, Bachpricke, Neunhocker
Spaanslamprea de arroyo
Italiaanslampreda minore
Portugeeslampreia-de-esteiro, lampreira-pequena
Poolsminóg strumieniowy
Zweedsbäcknejonöga
Deensbæklampret, bæknioje
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek