beenslag

mannelijk (de)/'benslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zwemmen (zwemmen) beweging van de benen tijdens het zwemmen
    Ik kan zonder bitterheid zeggen dat mijn sterke kant niet mijn beenslag was, maar de kracht die ik in mijn armen had.
    Arjan Knipping ontbreekt wel in de selectie. "Hij werd op de 400 meter wisselslag gediskwalificeerd vanwege een verkeerde beenslag", zegt Cornelissen. "Een finaleplek kon hij daardoor vergeten, maar de organisatie bood hem nog een kans (in de vorm van een time trial) aan om toch een limiet te kunnen zwemmen. Dat lukte hem, Knipping was heel blij dat het hem gelukt was."