Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
beenvisachtigen
/ˈbemvɪsˌɑxtəɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een superklasse van vissen die in tegenstelling tot de kraakbeenvissen () in de regel een skelet hebben dat uit echt bot bestaat. De overgrote meerderheid van alle vissen behoren tot deze groep. Met 28.000 soorten vormen de beenvisachtigen de grootste groep binnen de gewervelden. De beenvisachtigen wordt onderverdeeld in twee groepen: de straalvinnigen () en kwastvinnigen ()Volgens de onderzoekers is het nieuwe exemplaar daarom misschien wel de grootste vis die ooit gezien werd. Al is een kanttekening wel nodig. Het gaat hier specifiek over beenvisachtigen.
Etymologie
*leenvertaling van Latijn "osteichthyes", dat is gevormd uit "ὀστέον" (ostéon) "been, bot" en "ἰχθύς" (ichthús) "vis", op te vatten als "beenvisachtige" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek