beetnemen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) vastpakken, in de handen nemen
    Hij nam zijn tegenstander beet, wierp hem tegen de grond en gaf hem een flinke afstraffing.
    Ik heb dat trouwens ook gezegd, niet zonder trots heb ik haar verteld dat ze zich niet moest laten misleiden door uiterlijkheden, ook ik had me in een niet al te ver achter mij liggend verleden met vreemden in steegjes opgehouden, zonder die afschuwelijke Brigitte Bardot-coupe, eyeliner en minirokjes, nee ik liet me in grote sloebertruien van de kringloop beetnemen.
  2. ov (ov) iemand een loer draaien, het slachtoffer van een streek maken
    De leerlingen hadden hun leraar flink beetgenomen en hij stond flink voor aap.
    `Ze laten zich dus beetnemen,' zei Nemo tegen de aanvoerder. 'Ze doen precies wat wij willen. Tot zover gaat alles goed. De Koning wordt gebracht naar de plaats die wij willen.' {{Aut|Herzen, Frank

Vertalingen

Engelsfool
Spaansengañar