bef
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛf/
Wat is de betekenis van bef?
bef betekent: (kleding) een kanten lapje dat in vroeger eeuwen algemeen op de borst gedragen werd, maar nu beperkt tot bepaalde beroepsgroepen, o.m. advokaten en dominees (van bepaalde protestantse stromingen).
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) een kanten lapje dat in vroeger eeuwen algemeen op de borst gedragen werd, maar nu beperkt tot bepaalde beroepsgroepen, o.m. advokaten en dominees (van bepaalde protestantse stromingen).
- (informeel) vrouwelijk geslachtsdeel
Voorbeelden van "bef" in een zin
- Weldra herkent hy de advokaten, die met mantel en bef op en neder wandelen, de procureurs, door hun klerken gevolgd, die zakken met processtukken dragen, de beämbten, die zich naar hunne kantoren begeven:
- De bef was eigenlijk een soort slabbetje.
Etymologie
* [2] In de (Bargoense) betekenis van “vrouwelijk geslachtsdeel”, mogelijk oorspronkelijk [1], m.n. in de betekenis van “pelsmantel”, maar een ontlening aan (verouderd) Duits "Befze" “lip” is niet uitgesloten , voor het eerst aangetroffen in het jaar 1510
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek