begaanbaarheid
vrouwelijk (de)/bəˈɣambarˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- terreingesteldheid die bepaalt hoe moeilijk een route is af te leggenJa, hij weet dat Nederlanders graag klagen over de begaanbaarheid van wegen bij slecht weer.
Etymologie
*afgeleid van "begaanbaar"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek