beginselvastheid
vrouwelijk (de)/bəɣɪnsəl'vɑsthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand zich aan zijn principes houdt zonder compromissenZe moesten een streep zetten door bepaalde tegenstellingen, zich wat hen aanging verontschuldigen voor overdreven beginselvastheid, het contact weer oppakken en ook in politiek opzicht opnieuw kameraden worden.
Etymologie
*afleiding van beginselvast
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek