beglazing
vrouwelijk (de)/bə'ɣlazɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- alle glazen ruiten van een gebouw tezamen en alles wat direkt met de bevestiging van het glas te maken heeft
Etymologie
*afgeleid van beglazen
Vertalingen
Engelsglazing
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek