begraven

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets onder de grond stoppen
    Tijdens de oorlog had hij zijn waardevolle spullen begraven in de tuin.
    De eerste 320 kilometer gaat het pad dwars door de droge Negevwoestijn, waar je van tevoren je eigen watervoorraad zorgvuldig moet begraven, omdat er geen enkel waterpunt in de wijde omgeving is.
  2. ov (ov) een overledene in een kist aan de aarde toevertrouwen
    Opa werd na zijn overlijden begraven, zelf wil ik gecremeerd worden.
    En dat levend begraven worden met nog een paar dagen te gaan voor het einde van de oorlog botte pech zou zijn. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  3. iets wegstoppen; iets onzichtbaar maken
    Hij begroef een aantal seconden zijn gezicht in zijn handen.
    Soms maakte ze een korte wandeling rond het schemeruur - daarbij liep ze gehaast, met haar handen diep in haar jaszakken begraven en met gebogen hoofd, alsof ze iets op het plaveisel had verloren.

Etymologie

De oudere vorm "graven", Middelnederlands "grauen" werd semantisch beperkt tot 'in de grond spitten'

Vertalingen

Engelsbury, bury, bury
Fransenterrer, enfouir, enterrer
Duitsbegraben, vergraben, beerdigen
Spaansenterrar, sepultar, enterrar