begrotingstekort
onzijdig (het)/bə'ɣrotɪŋstəkɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) (politiek) de mate waarin de inkomsten van de staat minder zijn dan de uitgavenEr wordt in de Verenigde Staten veel ophef over het begrotingstekort gemaakt, soms door politici die eerder van harte aan de vergroting ervan hebben meegewerkt.Regeringen, in de Verenigde Staten en elders, beperken de vrijhandel, ondermijnen de onafhankelijkheid van de centrale bank, laten begrotingstekorten oplopen en schroeven het klimaatbeleid terug. Precies níét wat de meeste economen verstandig vinden.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/19/indiase-econoom-rajan-zag-in-2005-de-financiele-crisis-al-aankomen-en-vreest-nu-nieuwe-problemen-door-lage-rentes-dat-is-bijna-een-ijzeren-wet-a4906675 www.nrc.nl (19 sep 2025)]
Vertalingen
Engelsdeficit
Spaansdéficit presupuestario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek