behaviorisme
onzijdig (het)/biˌhev(i)joˈrɪsmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (psychologie) richting in de psychologie die zich uitsluitend bezighoudt met waarneembaar gedrag van mens en dierJohn Watson (1878-1958), de grondlegger van het behaviorisme, vond dat moeders hun kinderen niet moesten verpesten met affectie. Met emotionele binding en gedrag zoals knuffelen en kussen zou je onzekere slapjanussen kweken. Zo voedde hij ook zijn eigen drie kinderen op. Zij kampten op latere leeftijd alle drie met grote psychische problemen, die ze weten aan hun liefdeloze, afstandelijke opvoeding. De oudste zoon pleegde zelfmoord, de dochter en andere zoon deden er pogingen toe. [https://www.volkskrant.nl/wetenschap/alle-ouders-doen-maar-wat-en-dat-is-prima~b277f913/ www.volkskrant.nl]
Etymologie
* van Amerikaans "behaviorism", in de betekenis van ‘richting in psychologie’ voor het eerst aangetroffen in 1928
Vertalingen
Spaanspsicología conductista
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek