beklagen

/bəˈklaɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~: ontevredenheid uiten, klachten indienen
    Ik beklaag me al jaren over die slechte service.
    Bij een goede opvoeding hoorde dat je anderen niet tot last was, geen geld leende, geen erfstukken zoals schilderijen of iets anders verkocht, niet naar familieleden rende om je te beklagen.
  2. ov (ov) iemands leed bejammeren
    Zijn lot werd door zijn gehele familie en vriendenkring beklaagd.

Etymologie

*Afgeleid van klagen .

Vertalingen

Engelscomplain, pity
Fransse plaindre, plaindre
Duitssich beschweren, sich beklagen, bedauern
Spaansquejarse, compadecer
Italiaanslamentarsi, lagnarsi
Poolsnarzekać, skarżyć się
Zweedsklaga
Deensklage