bekleding
vrouwelijk (de)/bəˈkledɪŋ/
Wat is de betekenis van bekleding?
bekleding betekent: een laag stof ter versiering en bescherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een laag stof ter versiering en bescherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
Voorbeelden van "bekleding" in een zin
- De bekleding van die stoel raakt los, die moeten we binnenkort laten repareren.
- In de voorkamer stond een antiekrode leren chesterfieldfauteuil zij aan zij met een Louis xv -zetel die was voorzien van een oudroze fluwelen bekleding met een rozenmotief, en een voetbankje in ongeveer dezelfde kleur naast een prachtige achttiende-eeuwse salontafel met elegant houtsnijwerk.
- Gelijktijdig sloeg ze met haar hand op de leren bekleding van de bank.
Etymologie
*Naamwoord van handeling van bekleden .
Vertalingen
Engelscovering
Fransrevêtement
DuitsBekleidung, Polsterung
Spaansforro
Zweedsklädsel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek