Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bekletsen
/bəˈklɛtsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) informeel en zonder ernst besprekenHierdoor (maar zeker niet alleen hierdoor) hebben we al veel kunnen bekletsen en delen tijdens én buiten onze gezellige theemomenten.
- (ov) stevig of onaangenaam raken, vies makenAlsof het kijkpubliek voor een groot deel bestaat uit olijke lieden die niets liever doen dan met harde hand zichzelf de dijen te bekletsen, maar lezers daarentegen bijna per definitie pruilerige zuurpruimen zijn.
- (ov) (bouwkunde) met pleisterwerk bedekkenHet stucwerk werd in 1697 uitgevoerd door gespecialiseerde vaklieden die ‘gipsers’ of ‘pleisterwerkers’ werden genoemd. (…) Opgemerkt moet worden dat de woorden stuc en stucplafond in de stukken niet voorkomen: Vennekooi noemt het laatste een ‘cletswelft’ en in de loonlijsten van de timmerlieden komt meermalen het maken van ‘kletswulven’ voor. (…) In het metselwerkbestek van 28 juli '96 wordt onder andere het ‘bekletsen’ van de ‘welften’ van de galerij en de koepel beschreven.
Etymologie
*afgeleid van "kletsen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek