belangeloosheid

vrouwelijk (de)/bəˌlɑŋəˈloshɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het belangeloos zijn
    De belangeloosheid van de wetenschapper moet gewaarborgd zijn want anders kun je gekleurde uitkomsten van een onderzoek verwachten.

Etymologie

* afgeleid van belangeloos