belastbaarheid
vrouwelijk (de)/bəˈlɑstbarhɛit/
Wat is de betekenis van belastbaarheid?
belastbaarheid betekent: onderhevig zijn aan heffingen door de overheid
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onderhevig zijn aan heffingen door de overheid
- hoeveelheid gewicht dat iets kan dragen
- (elektrotechniek) hoeveelheid stroom die zonder problemen door een leiding of schakeling kan lopen
- (figuurlijk) hoeveel inspanning die iemand kan opbrengen
- (figuurlijk) hoeveelheid nadelige effecten die een systeem hoogstens kan verdragen
Voorbeelden van "belastbaarheid" in een zin
- De Industriebond FNV heeft bij de Hoge Raad een in oktober 1989 begonnen fiscale proefprocedure gewonnen over de belastbaarheid van stakingsuitkeringen.
- De loodzware achterklep met een belastbaarheid van 200 kilo kan neergeklapt worden gebruikt als extra laadvloer en het beest mag 3.500 kilo trekken.
- De toetsingsgrens is gesteld op 60% als maximale belastbaarheid. De kabels mogen veelal niet hoger worden belast, omdat omschakeling in storingssituaties voor de meeste kabels mogelijk moet blijven.
- Met Kerst zullen de ziekenhuizen overbelast zijn en veel verpleegkundigen en andere zorgprofessionals zullen extra diensten moeten draaien terwijl de rek van onze belastbaarheid er echt al uit is.
- Ook fysiek slaat de verwekelijking toe. Verbijsterend hoe de belastbaarheid van de atleten teruggelopen is.
Etymologie
*afgeleid van "belastbaar"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek