belastbaarheid

vrouwelijk (de)/bəˈlɑstbarhɛit/

Wat is de betekenis van belastbaarheid?

belastbaarheid betekent: onderhevig zijn aan heffingen door de overheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderhevig zijn aan heffingen door de overheid
  2. hoeveelheid gewicht dat iets kan dragen
  3. elektrotechniek (elektrotechniek) hoeveelheid stroom die zonder problemen door een leiding of schakeling kan lopen
  4. figuurlijk (figuurlijk) hoeveel inspanning die iemand kan opbrengen
  5. figuurlijk (figuurlijk) hoeveelheid nadelige effecten die een systeem hoogstens kan verdragen

Voorbeelden van "belastbaarheid" in een zin

  • De Industriebond FNV heeft bij de Hoge Raad een in oktober 1989 begonnen fiscale proefprocedure gewonnen over de belastbaarheid van stakingsuitkeringen.
  • De loodzware achterklep met een belastbaarheid van 200 kilo kan neergeklapt worden gebruikt als extra laadvloer en het beest mag 3.500 kilo trekken.
  • De toetsingsgrens is gesteld op 60% als maximale belastbaarheid. De kabels mogen veelal niet hoger worden belast, omdat omschakeling in storingssituaties voor de meeste kabels mogelijk moet blijven.
  • Met Kerst zullen de ziekenhuizen overbelast zijn en veel verpleegkundigen en andere zorgprofessionals zullen extra diensten moeten draaien terwijl de rek van onze belastbaarheid er echt al uit is.
  • Ook fysiek slaat de verwekelijking toe. Verbijsterend hoe de belastbaarheid van de atleten teruggelopen is.

Etymologie

*afgeleid van "belastbaar"