beledigen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (nare) opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt
    Hij had zijn buurman beledigd, dus die ging boos naar huis.
    Iemand die snel op zijn teentjes getrapt is, voelt zich snel beledigd.
    Wij zitten nog volop in een rouwproces, weet je wel? Als jij nu naar je werk gaat, dan beledig jij onze kinderen, mij, en bovenal jezelf.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘krenken’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelsinsult, offend, affront
Fransinsulter, offenser, injurier
Duitsbeleidigen, kränken, brüskieren
Spaansinsultar, ofender, afrentar
Italiaansoffendere
Poolsobrazić
Zweedsförolämpa