beledigen
Wat is de betekenis van beledigen?
beledigen betekent: (ov) (nare) opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt
Betekenis
- (ov) (nare) opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt
Voorbeelden van "beledigen" in een zin
- Hij had zijn buurman beledigd, dus die ging boos naar huis.
- Iemand die snel op zijn teentjes getrapt is, voelt zich snel beledigd.
- Wij zitten nog volop in een rouwproces, weet je wel? Als jij nu naar je werk gaat, dan beledig jij onze kinderen, mij, en bovenal jezelf.
Betekenis en uitleg van beledigen
Beledigen betekent iemand kwetsen of in verlegenheid brengen door iets te zeggen of te doen dat als ongepast of kwetsend wordt ervaren. Het gaat vaak om woorden of opmerkingen die de gevoelens van een ander pijn doen.
Dit woord wordt vaak gebruikt in sociale situaties waar iemand zich beledigd voelt door de woorden of daden van een ander. Beledigen kan zowel opzettelijk als onopzettelijk gebeuren, en het kan leiden tot conflicten of misverstanden. In veel gevallen is de nuance belangrijk; wat de ene persoon als een grap beschouwt, kan door een ander als beledigend worden ervaren.
Voorbeelden
- Hij voelde zich beledigd door de opmerkingen van zijn collega tijdens de vergadering.
- Het is nooit de bedoeling geweest om haar te beledigen, maar zijn opmerking kwam ongevoelig over.
- Kinderen kunnen soms elkaar beledigen zonder de gevolgen van hun woorden te begrijpen.
Woordoorsprong
Het woord 'beledigen' komt van het Middelnederlandse 'beledigen', wat 'kwetsen' of 'in verlegenheid brengen' betekent. Het is verwant aan het Oudhoogduitse woord 'bilidigen', dat ook een soortgelijke betekenis heeft.
Veelgestelde vragen over beledigen
Wat is de betekenis van beledigen?
beledigen betekent: (ov) (nare) opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt
Wat zijn synoniemen van beledigen?
Synoniemen van beledigen zijn: krenken, schofferen, affronteren, grieven.
Hoe gebruik je beledigen in een zin?
Voorbeeld: “Hij had zijn buurman beledigd, dus die ging boos naar huis.”
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘krenken’ voor het eerst aangetroffen in 1588