beleidsvrijheid

vrouwelijk (de)/bə'lɛɪtsfrɛɪhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) vrijheid van een bestuursorgaan om — na afweging van belangen — af te zien van het gebruik van een bepaalde bevoegdheid,, L.J.A. e.a. (2009). Bestuursrecht 1, p. 322 en 370. Uitg.: Boom Juridische uitgevers, . bijvoorbeeld door te besluiten geen vergunning te verlenen; situatie waarin de wet niet voorschrijft wanneer een bevoegdheid tot een bepaalde rechtshandeling van een bestuursorgaan moet leiden
    Als bestuurders vrijheid hebben bij de uitvoering, dan geeft die beleidsvrijheid ook ruimte voor politiek. Politiek en bestuur kunnen dus niet zonder meer gescheiden worden.