belener

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die geld leent bij een bank met achterlating van een waardevol pand als zekerheid voor de bank
    Het filiaal in de Bijlmer, daar gevestigd sinds 1990, is de grootste groeier. Zestig procent van de beleners is van buitenlandse komaf, schat Peter Fehr van de Stads-bank.

Etymologie

* van belenen