belfort
onzijdig (het)/'bɛlfɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde), (middeleeuwen) een stedelijke wachttoren met een stormklokMet een belfort toonde de stedelijke burgerij haar welvaart en macht.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toren met klokken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
Vertalingen
Engelsbelfry
Fransbeffroi
DuitsBelfried, Glockenturm
Spaanscampanario, beffroi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek