Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

beliggen

/bəˈlɪɣə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga, verouderd (erga) (verouderd) een flinke tijd liggen
    Niets in te brengen hebben. Het gewicht van een met lucht gevulde kamer torsen door die zo egaal mogelijk verdeeld te doen zijn over de ruggelings gestrekte vorm. Alleen maar bestaan - beliggen zou een beter woord zijn.
  2. ov (ov) op of bij gaan liggen
    Nou werd er enthousiast geroepen dat we nu niet meer in persoonlijke isolatie hoefden. Dat mevrouw Zweef weer de echtelijke stonde mocht betreden, of beter, "beliggen".
    het woord Bijzit komt niet in het gedicht voor, wel een woordspeling waarin bezitten, d.i. te logeren hebben, tegenover beliggen, d.i. in copulatie hebben, gesteld wordt.

Etymologie

*van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van "liggen"