bemachtigen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met moeite in handen krijgen
    Hij bemachtigde op het nippertje nog een kaartje voor de wedstrijd.
    Op de dag dat de vergunningen verstrekt werden zat ik stipt om middernacht klaar met drie computers binnen handbereik om er zeker van te zijn een startbewijs te bemachtigen.
    Het hoogtepunt van de inspanningen werd wat Eric en Erkki betrof het nemen van een taxi naar het Karlaplan op Ôstermalm om een vijf meter hoge kerstboom te bemachtigen.

Etymologie

*Afgeleid van macht

Vertalingen

Engelscapture
Fransobtenir
Duitssich bemächtigen
Spaansapoderarse de, obtener, enseñorearse de