benedictijn

mannelijk (de)/ˌbenedɪkˈtɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) kloosterling van de orde van Sint-Benedictus

Etymologie

*van middeleeuws Latijn "benedictinus",(eponiem) dat verwijst naar de grondlegger van het kloosterleven, de 6e-eeuwse Italiaanse heilige ; in de betekenis van ‘monnik van de orde van Sint-Benedictus’ aangetroffen vanaf 1644

Vertalingen

Engelsbenedictine, benedictine monk
Spaansbenedictino