Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
beneluxer
mannelijk (de)/ˌbenəˈlyksər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) inwoner van België, Nederland of LuxemburgIk zou dan ook wel willen weten hoe de grafiek van prof. Till Roenneberg (…) er uit zou zien als hij zijn steekproef had uitgevoerd met Beneluxers, Fransen of Spanjaarden.Als hij al een produkt van de Low Countries was, dan vooral als ‘Beneluxer’.
Etymologie
*afleiding van Benelux (België, Nederland, Luxemburg)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek