benen

/ˈbenə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) met forse pas lopen
    Hij beende vol ergernis naar buiten.
    Als hij zelfverzekerd door de loopgraven beende en zich tot de mannen richtte, kon hij net zo veel enthousiasme als hij wilde in zijn woorden leggen als hij refereerde aan de verpletterende nederlaag van de vijand die met een laatste salvo de genadeslag zou krijgen, maar de mannen gaven hem alleen wat vaag gemopper ten antwoord en stemden voorzichtigheidshalve zwijgend toe door naar hun kistjes te kijken. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Met grote stappen beende hij naar de bank en plofte neer.