Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bengaalse leeuwerik

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie (leeuweriken). Deze soort komt voor van Pakistan via India tot Bhutan, westelijk Myanmar en Sri Lanka

Etymologie

*(coll)