Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bengaalse leeuwerik
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (leeuweriken). Deze soort komt voor van Pakistan via India tot Bhutan, westelijk Myanmar en Sri Lanka
Etymologie
*(coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek