Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bengaalse spoorkoekoek

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koekoeksvogels (koekoeksvogels) een koekoek met een grote verspreiding in het Oriëntaals gebied. Net als de andere spoorkoekoeken is deze soort geen broedparasiet, maar bouwt zelf een nest en broedt de eigen eieren uit

Etymologie

*(coll)