benoemen

/bəˈnumə(n)/

Wat is de betekenis van benoemen?

benoemen betekent: (ov) ~ tot iemand aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) ~ tot iemand aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt
  2. ov, taalkunde (ov) (taalkunde) ~ als vaststellen tot welke woordsoort een bepaald woord behoort
  3. iets een naam geven

Voorbeelden van "benoemen" in een zin

  • Hij werd tot gouverneur benoemd.
  • Het woord "beter" in de zin "Een beter huis" wordt als een bijvoeglijk naamwoord benoemd.
  • Heel even ziet Roman voor zich hoe hij over een paar maanden thuis uit zijn slaapkamerraam zal staren, de bosjes droogbloemen van zijn vrouw - die hij niet kan benoemen - opzij zal duwen, het met condens bedekte dichtgevroren raam met kracht zal openschuiven, zich de Moskouse lucht in zal buigen en haar zal zien, deze zelfde maan, als een souvenir dat hij van een exotische vakantie heeft meegebracht.
  • De therapeut zei dat ze dagelijks moet benoemen wat goed gaat, zodat ze zichzelf kan verlossen van diepgewortelde gevoelens van waardeloosheid.
  • Wij kunnen zijn kapsel moeilijk benoemen.

Veelgestelde vragen over benoemen

Wat is de betekenis van benoemen?

benoemen betekent: (ov) ~ tot iemand aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt

Hoeveel betekenissen heeft benoemen?

benoemen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je benoemen in een zin?

Voorbeeld: “Hij werd tot gouverneur benoemd.

Etymologie

*Afgeleid van noemen

Vertalingen

Engelsnominate
Spaansnombrar, nominar
Poolsnazwać