benoeming
vrouwelijk (de)/bəˈnumɪŋ/
Wat is de betekenis van benoeming?
benoeming betekent: het toewijzen van een ambt aan iemand
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het toewijzen van een ambt aan iemand
Voorbeelden van "benoeming" in een zin
- Er volgden nog een aantal benoemingen van ministers en staatssecretarissen.
- Reuvens was tegelijk met zijn benoeming tot directeur ook bijzonder hoogleraar archeologie in Leiden geworden.NRC Theo Toebosch 11 mei 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/11/rijksmuseum-van-oudheden-200-jaar-graven-naar-schatten-in-de-grond-a1602629 Rijksmuseum van Oudheden: 200 jaar graven naar schatten in de grond ]
Etymologie
*Naamwoord van handeling van benoemen .
Vertalingen
Engelsnomination
DuitsBerufung, Ernennung
Spaansnombramiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek