woorden
boek
Start
›
B
›
bensjen
bensjen
/ˈbɛnʃə(n)/
Betekenis
werkwoord
zegenen, onder andere van kinderen
het dankgebed na de maaltijd zeggen
Etymologie
* Herkomst: Jiddisj
Vertalingen
Engels
bentsh, bentsher
Verwante woorden
Bens
Benschop
Bensdorp
Bense
Bensink
bensjte
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Bensink
bensjte →