benutten
Betekenis
werkwoord
- (ov) nuttig gebruikmaken van ietsDit wordt benut om erger te voorkomen.Hij heeft genoeg kansen gehad, maar die heeft hij niet benut. Je mag hem dus niet kansarm noemen.
Etymologie
*afgeleid van nutten
Vertalingen
Engelsemploy, make use of, turn to good account
Spaansutilizar, aprovechar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek