beoefenen

/bəˈʔufənə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) bij regelmaat zich in iets bekwamen
    Kunst beoefenen.
    De Elamitische taal wordt maar door zeer weinigen beoefend.
  2. tweede betekenisomschrijving
    Zin met het beoefenen in de tweede betekenis erin.
  3. enz.

Etymologie

*Afgeleid van oefenen

Vertalingen

Engelsstudy, cultivate
Spaansestudiar, cultivar