beoordelen

/bəˈʔordelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tot een oordeel komen over iets
    Dat kan ik echt niet beoordelen.
    `Heeft het hotel een nieuwe eigenaar?' vroeg ik.`Onlangs is Grand Hotel Europa overgegaan in Chinese handen,'zei hij. 'De nieuwe eigenaar heet meneer Wang. Het gaat om een recente ontwikkeling die we op dit moment onmogelijk kunnen beoordelen.
    Omdat ze moeite had om haar glimlach te onderdrukken, veinsde ze opperste concentratie tijdens het beoordelen van de verkeerssituaties.

Etymologie

*Afgeleid van oordelen .

Vertalingen

Engelsjudge, evaluate
Fransjuger
Duitsbeurteilen
Spaansjuzgar, evaluar, calificar
Poolsoceniać