bepaaldheid
vrouwelijk (de)/bə'palthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het duidelijk te onderscheiden zijn van andere zakenZo ook waren Catharina's ogen geweest, omfloerst door het ontbrekende in haar Aziatische plooi, van iedere bepaaldheid ontdaan, wezenloos, begoochelend, verlammend als een blote kont, zich verhoudend tot andere ogen als het zwijgen tot het woord.
Etymologie
* afleiding van bepaald
Vertalingen
Engelsdefinition
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek