bereiden

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd
    Kun jij de maaltijd voor ons bereiden?
    Er werd pap gekookt boven het houtvuur en een broodje voor de lunch bereid.
    Buiten de reguliere ontbijt-, lunch- en dinertijden bereidde het personeel snacks voor de kleine trek tussendoor.

Etymologie

*afgeleid van het Germaanse werkwoord raidjan ‘gereedmaken’

Vertalingen

Engelsprepare
Duitszubereiten
Spaanspreparar
Poolsprzygotować