bereidheid

vrouwelijk (de)/bə'rɛɪthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de wil om iets te doen
    Voorwaarde voor het slagen van het project is de bereidheid van de deelnemers om informatie uit te wisselen.
    Volgens Van Stekelenburg komen protesten in Nederland in golfbewegingen, onder meer omdat de bereidheid om de straat op te gaan hier lager is dan bijvoorbeeld in Zuid-Europa. Zo'n 5 tot 10 procent van de Nederlanders gaat eens in de twaalf maanden de straat op.

Etymologie

*Afgeleid van bereid

Vertalingen

Engelswillingness
Fransbonne volonté
DuitsBereitschaft
Spaansdisposición, voluntad