Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

berenpoep

mannelijk (de)/ˈberə(n)ˌpup/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitwerpselen afkomstig van een groot viervoetig roofdier uit de familie
    De berenpoep stinkt enorm.
    In de zomer bevatte berenpoep ook veel streptokokken, en Wolbachia-bacteriën.