Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
berenpoep
mannelijk (de)/ˈberə(n)ˌpup/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uitwerpselen afkomstig van een groot viervoetig roofdier uit de familieDe berenpoep stinkt enorm.In de zomer bevatte berenpoep ook veel streptokokken, en Wolbachia-bacteriën.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek