Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bergpiek

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛrᵊxˌpik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de piek van een berg
    Ondertussen was de herfst in Washington overal zichtbaar om me heen en op de heuvels zag je een lappendeken aan kleuren: rode herfstbladeren, weelderige okergele weiden, mosgroene bossen, turquoise meren en verse witte bergpieken.

Vertalingen

Engelsmountaintop
Spaanscumbre de la montaña, cima de montaña
Poolsszczyt