berkenhout

onzijdig (het)/ˈbɛrkə(n)ˌhɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) verzaagde stam van een berkenboom
    Ze hebben de vuistregel dat ze met z’n tweeën op elk KILO-meubel moeten kunnen staan. Het materiaal waaruit de meubels bestaan, multiplex berkenhout, moet daarom een dikte van precies 18,4 millimeter hebben, zodat de afzonderlijke delen niet wiebelen.
    Zittend bij de haard in het parlementsgebouw – tien stammen berkenhout liggen klaar voor een knapperend vuur – zet hij zelfverzekerd de eurokritische standpunten van zijn Volkspartij uiteen.
    Er was meer hout nodig voor het haardvuur, Lauritz pakte een paar blokken berkenhout, genoeg om een uur te branden.