beroepsarbeid

mannelijk (de)/bə'rupsɑrbɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werk waarvoor loon of salaris wordt ontvangen; betaald werk
    Na de oorlog kwamen vier kisten met 200 boeken terug en in 2003 nog een ander deel uit Moskou. Onder de stukken zit onder meer Beroepsarbeid der gehuwde vrouw' uit circa 1921 van de Groningse juriste Betsy Bakker-Nort, die later lid van de Tweede Kamer werd. Het Parool 3 DECEMBER 2015 [https://www.parool.nl/amsterdam/door-nazi-s-gestolen-boeken-vrouwenhistorie-terug-in-amsterdam~a4200620/ Door nazi's gestolen boeken vrouwenhistorie terug in Amsterdam]
    De regering zal voorts een nieuwe WAO-regeling voorstellen waarbij arbeidsgeschiktheid en reïntegratie van werknemers centraal staan. Bij de werkloosheidsregelingen behoren de prikkels tot deelname aan beroepsarbeid voorop te staan. Voorzieningen gericht op scholing worden niet aangetast. Ontslagvergoedingen en bovenwettelijke uitkeringen zullen worden verrekend met de werkloosheidsuitkering. NRC 21 september 2004 [https://www.nrc.nl/nieuws/2004/09/21/de-troonrede-7702877-a585164 De Troonrede]
    Gezien de grote achterstelling van de vrouw bij het verrichten van beroepsarbeid, kunnen we constateren, dat de vrouw in onze maatschappij niet volledig participeert. NRC 29 november 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/11/29/werk-gehuwde-vrouw-11975475-a464999 Werk gehuwde vrouw]