beroepsbeoefenaar
mannelijk (de)/bə'rupsbəufənar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die voor de kostwinning een bepaald vak uitoefentHet medisch beroepsgeheim bestaat uit de zwijgplicht en het verschoningsrecht. De zwijgplicht geldt voor alle 'medische beroepsbeoefenaren, maar ook voor mensen die wel betrokken zijn bij de hulpverlening maar zelf geen beroepsgeheim hebben (zoals secretaresses).Artsen en anderen die staan ingeschreven in het BIG-register vallen onder het wettelijk tuchtrecht. Het tuchtrecht moet de kwaliteit van de beroepsuitoefening bewaken. De tuchtrechter kan maatregelen treffen tegen een individuele beroepsbeoefenaar. Een tuchtcollege bestaat uit juristen en lid-beroepsgenoten.
Vertalingen
Engelsprofessional workers, member of the profession
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek