beroepsbrandweer

mannelijk/vrouwelijk (de)/bəˈrupsbrɑntwer/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. instelling met mensen voor wie blussen van vuur en tegengaan van door vuur veroorzaakte schade dagelijks werk is
    Hij sprak en schreef bij en over allerlei gelegenheden, verzette zich tegen het oprichten van de beroepsbrandweer, tegen afschaffing van de kermis, tegen het optreden van het gezag bij oproer en tegen subsidie aan het Rijksmuseum.