beroepsvisser
mannelijk (de)/bə'rupsfɪsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die vissen vangt en verkoopt voor zijn kostwinningVandaag de dag is er geen enkele beroepsvisser meer over.De inspecteurs gaan controleren of alle goudvissen uit de beek zijn. Dat doet de toezichthouder met behulp van een beroepsvisser. Als die alsnog goudvissen vindt, moet de Arnhemmer de rekening betalen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek