beroepsvisser

mannelijk (de)/bə'rupsfɪsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die vissen vangt en verkoopt voor zijn kostwinning
    Vandaag de dag is er geen enkele beroepsvisser meer over.
    De inspecteurs gaan controleren of alle goudvissen uit de beek zijn. Dat doet de toezichthouder met behulp van een beroepsvisser. Als die alsnog goudvissen vindt, moet de Arnhemmer de rekening betalen.