beroeren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) onrust veroorzaken, in onrustige beweging brengen
    De komst van de grote groep motorrijders beroerde de gemoederen in het kleine dorpje.
  2. ov (ov) aanraken
    In de beschutting van het struikgewas betraden zij voor het eerst het pad van de liefde en beroerden elkaars lippen.
    Voordat ze de computer aanzette wreef Chantal in haar handen. Ze waren klam. Te nat om er de toetsen mee te beroeren, te droog om naar beneden te lopen en ze te gaan wassen.

Etymologie

*afgeleid van roeren

Vertalingen

Engelstouch, touch lightly
Spaansestar en contacto, rozar, tocar