berouw
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het betreuren van een eerdere kwalijke daad, spijt, schuldgevoelJapanse premier spreekt berouw uit over leed WOII [http://www.nu.nl/buitenland/4106436/japanse-premier-spreekt-berouw-leed-woii.html www.nu.nl]'Wat wil je nu eigenlijk zeggen, Hannah met een h? Jezus, als ik je beledigd heb op wat voor manier dan ook, sorry!' Er klinkt geen enkel spoortje berouw in haar zogenaamde spijtbetuiging.
Uitdrukkingen
- Berouw komt na de zonde — als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw
- Berouw komt steeds te laat — als het eenmaal gebeurd is komt pas de berouw
Vertalingen
Engelsremorse, repentance, compunction
Franscontrition
Spaansarrepentimiento, contrición
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek