beschaamdheid
vrouwelijk (de)/bə'sxamthɛɪt/
Wat is de betekenis van beschaamdheid?
beschaamdheid betekent: het zich schuldig en minderwaardig voelen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zich schuldig en minderwaardig voelen
Voorbeelden van "beschaamdheid" in een zin
- ,,Is. Dit. Écht. Gebeurd?‘’, vraagt Het Laatste Nieuws zich af. ,,Vernederd voor de ogen van heel de wereld. Genadeloos en pijnlijk afgeslacht door Zwitserland. Het toppunt van beschaamdheid‘’, is de krant hard. ,,18 november 2018 zal voor eeuwig de geschiedenisboeken ingaan als ‘De afgang van Luzern'. De nummer één van de wereld: genadeloos afgeslacht door een verzameling super gemotiveerde Zwitsers.
Etymologie
* afleiding van beschaamd
Vertalingen
Engelsshame, sense of shame
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek