beschimmelen

/bəˈsxɪmələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) aangevreten worden door schimmels
    Dat brood zal snel beschimmelen in dit vochtige warme weer.

Etymologie

*Afgeleid van schimmelen .

Vertalingen

Engelsget mouldy, go mouldy
Fransmoisir
Duitsschimmeln, verschimmeln
Spaansenmohecerse, enmohecer, encanecer
Portugeesmofar, bolorecer
Zweedsmögla